De perfecte neus, maar toch geen talent om jachthond te worden!

Een blindengeleidehond zet tijdens het geleidewerk meestal zijn ogen in om alle obstakels te ontwijken en diverse zoekopdrachten uit te voeren. De neus is dan dus meestal ‘uit’. Dit betekent niet dat deze honden niet weten hoe zij hun neus moeten gebruiken want zij kunnen net zoals alle andere honden heel goed ‘gymnastieken’ met hun neus. Wist je overigens dat een hond van werken met zijn neus net zo moe wordt als van het gebruik van zijn poten? 

Nox is voor wat betreft het ‘gymnastieken met de neus’ een bofkont want hij woont op een unieke locatie waar hij voor wat betreft het uitvoeren van zoekopdrachten regelmatig voor de nodige uitdagingen komt te staan. Er is namelijk naast het woonhuis een grote loods waar heel veel spullen in staan en waar dus van alles onder en achter verstopt kan worden. Ook was er buiten achter op de werf een grote bouwput en ondanks dat ik uit ervaring weet dat je de hond eerst volgens een bepaalde systematiek moet leren zoeken wist Nox al direct vanaf het begin toen hij in Werkhoven kwam wonen dat hij niet alleen goed in alle hoeken op de grond moet zoeken, maar ook de neus in de lucht moet houden om te ontdekken of het voorwerp misschien op grotere hoogte is weggelegd. En zo gebeurt het ook regelmatig dat hij tijdens een nieuwe zoekopdracht op de zakken met zand springt en over stapels met dakpannen loopt om zijn flostouw te zoeken. Slim bedacht want een voorwerp kan natuurlijk ook op hoogte liggen. Wat mij betreft had Nox zo kunnen worden aangenomen bij de douane want hij is een super speurneus!

Eerlijk gezegd had ik in eerste instantie een andere rol voor Nox bedacht en was ik van plan om hem op te leiden tot jachthond. Wij hebben daarom een paar keer met de jachthondengroep mee getraind, maar dat was helaas geen succes. Natuurlijk mot je geduld hebben, maar als je hond zo opgewonden raakt dat hij geen ruimte meer in zijn hoofd heeft om hier iets nieuws in op te slaan zal hij nooit leren een dummy netjes af te geven. Het hoofdstuk jachthondentraining werd dus alweer na een paar weken afgesloten, maar na wat speurwerk te hebben gedaan, leer ik dat je Nox zijn speurneus moet laten gebruiken en is het plan om dit najaar of begin volgend jaar detectietraining te gaan volgen. Bij detectietraining zoekt de hond naar een verborgen stof of geurbron. De hond loopt hierbij dus niet zoals bij het speuren een spoor uit maar gaat zelfstandig op zoek naar een verborgen stof. Maar mag hij nu hij geen deel meer uitmaakt van de jacht-hondengroep nog wel mee naar het trainingsweekend in België? Ik denk dat hij alleen een kan smaakt als hij de geur van de gehaktballen goed kan detecteren!

Blindengeleidehond Nox mag voor de eerste keer mee naar de apporteertraining en dat is feest!

Het is echt waar dat een blindengeleidehond meerdere functies kan vervullen en dus het geleide werk goed kan combineren met de jachthondensport. Uiteraard heb je goede hulp nodig en weten wat je doet want anders heb je al snel een hond die met van alles in huis aan de haal gaat of op ongewenste momenten het water opzoekt. Om die redenen had ik besloten met mijn nieuwe blindengeleidehond Nox niet naar de apporteertraining te gaan. Maar als je met het jachtvirus bent besmet en je een hond hebt die een enorme will to please heeft, heel goed is in het doen van zoekspelletjes en het geweldig vindt om te apporteren dan gaat het toch wel erg kriebelen. 

Ik ben daarom na de instructie (oefenen van diverse looproutes) eerst met de nieuwe hond in en om het huis gaan spelen en heb daarbij ook gekeken wat er gebeurt als ik een dummy in het gras leg en Nox het commando ‘apport’ geef. In alle gevallen ging hij de dummy halen want blindengeleidehonden leren in hun jonge jaren al apporteren. Alleen zijnde laatste meters altijd erg moeilijk voor Nox. Wat zou er in dat koppie omgaan, vraag ik mij dan af. Snapt hij de opdracht echt niet of wil hij het niet snappen? Zou hij zich misschien afvragen wat je nu eigenlijk met zo’n dummy moet want het vrouwtje heeft veel leuker oefenmateriaal in haar lade liggen. Als je immers al jaren aan deze hondensport doet dan weet toch iedereen dat je in de loop der tijd veel spullen hebt verzameld? Om op deze vraag een antwoord te vinden en de puzzel te kunnen oplossen, besloot ik Hans en Vanda om raad te vragen. En weten jullie nu wat het antwoord was? Kom weer op de zondag ochtend bij ons trainen! 

Zogezegd, zo gedaan en dus stonden Nox en ik op zondag 21 juli jl. voor het eerst samen in het veld. Ik in mijn groene outfit en Nox met een jachtlijntje om zijn nek. Het voelde nog wat onwennig, maar ik vond het zo leuk om weer mee te kunnen doen en was het echt een feestje om te zien hoe Nox van alles genoot en eigenlijk wel alle apporten had willen halen. Aan enthousiasme ontbreekt het dus niet en hij is ook nergens bang voor dus dat is zeker mooi meegenomen. Blijft alleen nog de vraag hoe je een jonge hond leert dat hij de dummy netjes moet afgeven. Het commando ‘vast’ en ’kom voor’ staan immers niet in Nox zijn woordenboek, maar als wij maar blijven oefenen en oefenen en oefenen komt het vast en zeker een keer goed. Maar of het hem lukt om net zoals Jim tijdens het trainingsweekend een opdracht foutloos te kunnen volbrengen als er gehaktballen in het spel zijn, weet ik niet dus mag Nox laten zien wat hij kan. Ook Nox zal dus in oktober mee gaan naar de Belgische Ardennen!